De onzichtbare architect van het Wintercircus 4.0

De onzichtbare architect van het Wintercircus 4.0

Het Wintercircus is intussen aan zijn vierde leven toe. Het werd gebouwd als circus, brandde af en werd heropgebouwd als een grotere, betere en meer polyvalente circusruimte, dat vervolgens door Ghislain Mahy op een creatieve en modernistische wijze werd verbouwd tot garage. Wat vandaag nog rechtop staat overleefde olifanten, brand, juridische geschillen en jaren van verval. Gelukkig is het volgende leven van deze hedendaagse ruïne intussen bepaald. In 2011-2012 stelde Sogent – het Gentse stadsontwikkelingsbedrijf en huidig eigenaar van de gebouwen – een eisenpakket samen en schreef het een wedstrijd uit. Het internationaal zeer actieve maar van oorsprong Rotterdamse Atelier Kempe Thill kwam hierbij als winnaar uit de bus. Hun meest overtuigende troef? Zo weinig mogelijk doen met zoveel mogelijk impact.

Wij spraken met André Kempe over de aanstaande wedergeboorte van een Gents architecturaal icoon.

Wat was de opdracht?

“Eén van de belangrijkste vragen van het stadsontwikkelingsbedrijf sogent was het zeer specifieke en sterke karakter van het Wintercircus zoveel mogelijk te behouden. Tegelijkertijd moest nieuwe kantoorruimte en een concertzaal met vijfhonderd zitplaatsen voorzien worden en moesten we het polyvalente karakter van de huidige middenpiste bewaren. Ook op vlak van ontsluiting naar de rest van de Krook waren er een pak vereisten. Het was dus absoluut geen eenvoudige vraag.”

wintercircus_doorsnede

Van waar dan toch de interesse om mee te dingen?

“Dat is gemakkelijk: het gebouw zelf is fantastisch interessant. De erg bewogen geschiedenis van het circus is nog duidelijk zichtbaar en maakt het volledig uniek. Ons voorstel gaat daar met zeer veel respect mee om: zowel met wat zichtbaar is van het oorspronkelijke circus zoals de volumes, de middenpiste, de koepel en de stallen, als met wat Mahy later heeft toegevoegd. Ghislain Mahy was een verborgen quasi-modernist. Die man is er met zeer veel inlevingsvermogen in geslaagd in het gebouw een bijna Corbusiaanse bewegingsarchitectuur te injecteren. Wat voorheen een conglomeraat van gebouwen was, verbond hij binnen die nieuwe vormtaal. Dat is hier en daar weliswaar wat bruut gebeurd, maar altijd liefdevol en eerlijk. Die geschiedkundige combinatie, en dat middenin de stad, vlakbij het water, maakt het hele complex absoluut uniek.”

image1_P1040363

Wat is jullie antwoord op die vraag?

“We wilden het unieke karakter van het gebouw zo goed mogelijk beschermen en behouden. We voelden dus absoluut geen sterke aandrang om veel te veranderen, bij te bouwen of in te grijpen: integendeel. Maar een dergelijk gebouw willen bewaren is eigenlijk veel uitdagender dan het grondig verbouwen of vernieuwen: het moet immers wel voldoen aan alle eigentijdse regelgeving zoals op vlak van brandveiligheid en isolatie. Als je zulke eisen lukraak op zo’n gebouw loslaat, hou je bijna niets meer over. Vandaar dat we achter de schermen en in onze restauratie eigenlijk heel wat ingrepen moeten doen om visueel de status-quo te kunnen behouden.”

“Aan de koepel wilden we bijvoorbeeld zo min mogelijk raken. Maar tegelijkertijd moet er asbest worden verwijderd, moet er nieuwe isolatie en dakbedekking worden geplaatst, en moet akoestische absorptie worden voorzien. Enkele van de concurrerende architectenbureaus gingen er sowieso van uit dat de metalen structuur niet behouden kon worden vanwege brandstabiliteit, maar dat hebben we met specifieke ontroking, afvoerkleppen en ventilatoren, subtiele sprinklers en lokale versterkingen kunnen oplossen. De belangrijkste bewuste ingreep die we bij de koepel plannen is om meer licht binnen te brengen via de lantaarn op de top van de koepel, door meer glas te voorzien.”

image0_section_final

“Vanbinnen blijft de huidige veelvoud van ruimtelijke indrukken (de helling in beton, de muren in baksteen, het stukwerk, het atrium) bestaan. Alle nieuwe functies van het gebouw worden logisch ingebed binnen de bestaande vormen en materialen. Aan de achterliggende gevels verandert visueel iets meer. Deze zijn door de bouw van de Bibliotheek veel zichtbaarder geworden, maar werden nooit ontworpen als zichtgevel. Mahy heeft bij de verbouwing vooral van binnenuit gedacht: hoe het er van buiten uit zag was weinig zichtbaar en dus niet belangrijk. Ook zijn de gevels vaak in zeer slechte staat: sommige plekken zijn niet waterdicht. Het was dus een uitdaging om ook hier zoveel mogelijk te bewaren zoals we binnenin het gebouw proberen te doen: met buitenisolatie en pleisterwerk gaat de industriële materialiteit van die gevels volledig verloren. We kozen er daarom voor om de industriële betonnen roedes als startpunt te nemen, en plaatsen daarin nieuw schrijnwerk met een aluminium kader dat uitsteekt en zo de contouren van de opening verder benadrukt. Hier is ook een klein stuk afbraak voorzien, om de koepel beter tot zijn recht te laten komen. Aan de buitenzijde spreken we dus van architecturale verfijning, maar gebruiken we de huidige trapgewijze opeenstapeling van volumes als basisconcept.”

image3_interior_01

Wat voorzien jullie voor de invulling van het gebouw?

“De invulling was grotendeels vastgelegd in de wedstrijdvraag. We moesten bijvoorbeeld kantoorruimte voor Luisterpunt en VIAA voorzien en een oplossing bedenken voor een kleine concertzaal voor 500 personen. Bovendien moest het gebouw vanbuiten duidelijk herkenbaar worden als een toegang én doorgang. Het Circus is immers absoluut deel van een nieuwe stadswijk, en is met zijn twee ingangen en publieke ruimte ook belangrijk voor de ontsluiting van de Bibliotheeksite. Vanbinnen moesten we dan weer zoveel mogelijk verhuurbare oppervlakte bewaren om aan de vraag naar kantoorruimte te voldoen. Daarvoor hebben we bewust gekeken naar het architecturale archetype van de galerij, die vaak werden gebouwd in tijden waarin economisch werd gerekend en verhuurbaarheid belangrijk was.”

image5_interior_002_final

“Vanuit onze insteek om het gebouw zoveel mogelijk intact te laten, zullen de kantoren hun plaats vinden in de vroegere kantoren en functionele ruimtes van Mahy. De concertzaal verdwijnt in ons voorstel onder de grond, uitgegraven onder de oude circuspiste. Dankzij een doos-in-doos houden we geluid perfect onder controle. Deze oplossing bleek ideaal: ver genoeg van de buren en de andere functies in het gebouw, maar toch met voldoende ontsluiting en vluchtwegen dankzij de oude ondergrondse ruimtes van het circus. Bovendien komt dankzij die oplossing het vroegere middenplein – Mahy’s showroom – volledig vrij. Dat wordt een openbaar overdekt stadsplein, waar mensen vrij binnen en buiten kunnen wandelen, en doorstromen naar de Bibliotheek. Je kan die ruimte een beetje vergelijken met de galerijen in Brussel en Milaan: tegelijk doorgang en belevingsplek.”

“Op die manier bieden we dus heel veel functies een onderdak, maar blijft onze focus toch op het gebouw zelf liggen. Het is immers onze filosofie dat architectuur iets is wat onafhankelijk van het programma moet kunnen functioneren. Op die manier krijg je flexibele gebouwen die meer mogelijkheden bieden voor de toekomst. Een circus werd zo eerst garage en nu een multifunctioneel, flexibel kantoorgebouw met veel plaats voor stedelijke functies.”

Over Atelier Kempe Thill

Atelier Kempe Thill is een middelgroot bureau met 22 mensen in dienst, actief in verschillende landen. In België werken ze momenteel nog aan 8 grote werven, waaronder voor het Parlement van de Duitstalige gemeenschap, de zeevaartschool in Antwerpen, de renovatie van een appartementsgebouw in Antwerpen en een project voor de Universiteit Leuven.

Tekst: Pascal van Wambeke / Beeldmateriaal: Atelier Kempe Thill