Het modernisme in Gent: de CIAC-garage

Het modernisme en de auto hebben steeds een speciale band gehad. Met de opkomst van de auto in de jaren ’30, kwam deze in dezelfde invloedsperiode van het modernisme. Het is dan ook niet toevallig dat heel wat oudere garagegebouwen destijds in een modernistische stijl zijn ontworpen. De sympathie van de modernistische architectuur voor de auto was duidelijk wederzijds. Zo ook de CIAC-garage aan de Einde Were uit 1964, ontworpen door Fons Coppieters en Y. Carels, dat in Gent één van de betere voorbeelden is van modernistische garage-architectuur.

De voortdurende groei van het wegverkeer in de jaren ’60 stelde autodealers in het algemeen en grote garages in het bijzonder voor verschillende problemen op zowel op commercieel als op technisch vlak. Eén van deze problemen was het zo goed mogelijk zichtbaar tentoonstellen van de nieuwste automodellen om zo potentiële klanten te verleiden tot het binnengaan van de zaak en het aanschaffen van een nieuwe wagen.

Le Corbusier vergeleek in zijn boek 'Vers une architecture' ook al de auto met architectuur.
Le Corbusier vergeleek in zijn boek ‘Vers une architecture’ ook al de auto met architectuur.

Net zoals tussen mensen was de eerste indruk van groot belang voor het imago van het bedrijf. Het up-to-date houden van de showroom met een steeds veranderend autogamma, in combinatie met een voortdurende uitbreiding en modernisering van reparatie en onderhoud, vereiste een gebouw dat hiervoor een flexibel kader aanbood.

De esthetiek en functionaliteit van het gebouw was echter niet het enige waar diende rekening mee gehouden te worden bij het ontwerpen en het bouwen van een state of the art-garage. Ook een stijgend bewustzijn ten aanzien van de werkomstandigheden voor het personeel was een topprioriteit, aangezien werken in vuile, onhygiënische omstandigheden ten eerste niet aangenaam was voor de arbeider en bediende, maar vooral ook niet meer toegelaten! Bovendien was het niet alleen belangrijk auto’s aan de man te brengen in een mooie showroom, maar de klant ook het gevoel te geven dat hij er altijd terecht kon met eventuele problemen in een propere omgeving, waar men beschikte over alle (moderne) middelen om die op te lossen. Het is in deze geest dat het Peugeot-concern in de jaren ’60 garages plande in Vlaanderen met als ‘vlaggenschip’ de zeer uitgebreide vestiging in Gent-Akkergem, in de nieuwe wijk Neermeersen dichtbij de Watersportbaan op een rechthoekig hoekperceel van maar liefst 160 op 50 meter, aan de lange zijden afgebakend door Einde Were en de Henri Dunantlaan en het Beneluxplein aan de korte zijde.

ciac-garage-1967-03
De toonzaal met een draaitrap naar de kantoren op de eerste verdieping.
ciac-garage-1967-02
De toonzaal met een groot raamoppervlak dat uitgaf op het Beneluxplein.

Daarom werden de architecten Fons Coppieters en Y. Carels in samenwerking met de ingenieurs A. Bouquet en zonen (Ingenieurs A.I.G.) aangesproken om een gebouw te ontwerpen dat representatief was voor de zaak en zowel klasse als functionaliteit bood. Deze opteerden voor een modernistische aanpak, waarbij een moderne opvatting van het interieur en een moderne uitvoering van bureauruimtes en showroom gecombineerd werden met een eerder ‘klassieke’, geritmeerde opbouw van het overgrote deel van de gevel met daarachter de garage zelf en sociale voorzieningen.

De gevel aan de Henri Durantlaan en Beneluxplein.
De gevel aan de Henri Dunantlaan en het Beneluxplein.
De gevel aan de Einde Were.
De gevel aan de Einde Were met links op de hoek met het Beneluxplein de hoofdingang en toonzaal.

Het moderne gedeelte was net zoals vele kantoren toentertijd opgebouwd uit grote ramen in dunne aluminiumprofielen verwerkt in ondoorzichtige kunststofplaten. Hoewel ook de moderne gevel een zekere ritmiek van de elementen vertoonde, was dit zeker niet zo opvallend als de gevel langs de Henri Dunantlaan waar elk raam (uitgevoerd in beton) veel afgetekender zichtbaar was tegenover de gevel, dan het glas tegenover de kunststofplaten. De enige plaatsen waar het strakke ritme van deze witte gevel werd onderbroken, was zoals eerder gezegd in de bureauruimtes die aan Einde Were gelegen waren en de gevel in 3 delen opbraken, namelijk de showroom, de bureauruimtes met daaronder een pompstation en een sociaal blok met appartementen met daaronder de uiterste delen van de garage.

Het moet echter gezegd worden dat deze gevel een veel minder uitgesproken ritmisch karakter vertoonde door deze opdeling dan de maar liefst 150 meter lange gevel aan de Henri Dunantlaan die volledig uit een witte gevel bestaat met ramen op gelijke afstand.

Maquette van de garage mét bijhorende woontoren die nooit werd gerealiseerd.
Maquette van de garage mét bijhorende woontoren die nooit werd gerealiseerd.

Fons Coppieters hield zich vaak bezig met huisvesting en het ontwerpen van torengebouwen. Het bekendste voorbeeld hiervan is de Belvédèretoren die ingeplant staat langs de Watersportbaan in Gent. Residentie Robert Brasseur is een gelijkaardig project langs de Stoppelstraat in Gent. In de oorspronkelijke plannen was ook sprake van een hoogbouw van 14 verdiepingen, met een gelijkaardige typologie als de andere torens van Coppieters, aan de zijde het verst gelegen van het Beneluxplein dat door z’n verticaliteit zou contrasteren met de horizontale ‘sokkel’ van de garage. Dit werd echter niet uitgevoerd, in 1967 kwam dit idee wel terug maar licht aangepast. De bouwaanvraag van 1967 bestond uit een toren van 14 verdiepingen (uitbreiding parkeren, huisvesting, hotel en restaurant) en het bijbouwen van een verdiep langs Einde Were. Deze plannen werden echter nooit uitgevoerd.

De tot slot misschien wel belangrijkste gevel van het gebouw, maar tegelijk ook de kortste was die aan het Beneluxplein, dat op het gelijkvloers onderdak bood aan een moderne showroom met grote glaspartijen met daarboven weer de klassiekere witte band en ramen op gelijke afstand.

Met de aankoop van dit uitgestrekte stuk grond van zo’n 8.000 m² werd dus gekozen voor een gebouw dat volgde in de trend van de moderne architectuur, waarbij alle diensten worden aangeboden aan de klant in één gebouw (met een industrieel karakter), waarbij de term garage eigenlijk de lading van het totaalpakket niet meer dekt. Verschillende lokalen vormden samen een machine waarbij elk onderdeel op elkaar afgesteld is. Op deze manier werd een functioneel, doch aangenaam gebouw ontworpen dat zowel de klant als de werknemers diende.

Plan gelijkvloers.
Plan gelijkvloers, mét contouren voor de geplande toren.
Plan eerste verdieping.
Plan eerste verdieping.

Als je het plan van de gelijkvloers iets grondiger bekijkt, valt onmiddellijk op dat de toonzaal als een vedette gericht is naar het Beneluxplein wat er voor zorgt dat passanten niet naast de nieuwste Peugeotmodellen kunnen kijken. Tegelijk is deze passage en de aanleg van het plein een dynamische en mooi kaderende achtergrond voor de tentoongestelde wagens. Zo wordt er op een architecturaal aangename wijze toch een commercieel standpunt ingenomen dat een kader creëert waarin de klant wil kopen zonder gebruik te moeten maken van opvallende/storende reclame. Hoewel pronkstuk van de zaak neemt deze ruimte slechts 500m² in beslag, dit tegenover maar liefst 4700 m² atelierruimte met ateliers voor een snelle of grondige onderhoudsbeurt, reparaties, carrosserie en spuiten. Deze 2 ruimtes werden gescheiden door slechts een glazen wand, waardoor de (potentiële) klanten vanuit de showroom visueel contact hadden met de mensen en de faciliteiten die er na de aankoop van een wagen voor zouden zorgen.

Detailplan van de eerste verdiepingen met sociale ruimtes, kantoren en appartementen.
Detailplan van de eerste verdiepingen met sociale ruimtes, kantoren en appartementen.

In voorste gedeelte aan de Einde Were waren ook een hele hoop sociale diensten ondergebracht zoals refters, douches, kleedkamers, … Net naast de toonzaal lag een pompstation dat dag en nacht open was. Daarom werden 4 appartementen voorzien voor het personeel zodat deze het pompstation continu konden bemannen.

ciac-garage-1967-07
Autohelling naar de eerste verdieping.

Praktisch volledig gereserveerd voor de opslag van nieuwe wagens die klaar zijn voor de verkoop, bereik je de eerste verdieping van de garage via een helling die vanuit het gelijkvloers vertrekt. Licht wordt aangetrokken via een opening met glas recht boven de helling die in de oorspronkelijke plannen aanwezig was voor het plaatsen van een tweede helling die naar een tweede verdiep met nog meer opgeslagen wagens moest leiden, maar er uiteindelijk nooit kwam. De structuur van het gebouw was er dus op berekend nog zeker 1 extra bouwlaag aan te kunnen.

Eén van de meeste frappante eigenschappen van de het CIAC gebouw is de reductie van het aantal kolommen tot een absoluut minimum voor een zo rationeel mogelijke exploitatie van de beschikbare vloeroppervlak. Deze extreme structurele aanpak gaf aanleiding tot het gebruik van voorgebogen metalen (Preflex) balken om de twintig meter afstand tussen de kolommen te kunnen overbruggen! Door de hoge concentratie aan krachten die zo ontstonden moesten maar liefst 400, gemiddeld 14 meter lang, palen in de grond geheid worden.

ciac-garage-1967-04
Opslagruimte voor nieuwe wagens op de eerste verdieping.

ciac-garage-1967-05

Het gebouw was dus duidelijk een opmerkelijk staaltje van technologie en ver op z’n tijd vooruit door toepassing van de modernste beschikbare technieken op vlak van constructie, verwarming met warmteterugwinning, een gecontroleerde ventilatie, een multifunctioneel programma, … Dit met oog voor het ecologisch aspect dat een gebouw van dergelijke omvang onvermijdelijk met zich meebrengt en het esthetische aspect voor de klant.

In 1992 werd de carrosserie van het CIAC uitgebreid en werd het benzinestation verplaatst. Hierop kwam fel protest van de buurtbewoners die de aanwezigheid van het CIAC en de uitbreiding ervan niet apprecieerden.  De uitbreiding van de carrosserie gebeurde met nieuwe technieken zoals gelamelleerd hout. Alhoewel dit deel van het gebouw contrasteert met het oudere valt het gebruik van nieuwe technieken wel te appreciëren omdat het moderne elementen introduceert in een gebouw dat in de jaren ‘60 ook streefde naar efficiëntie door vernieuwende technieken.

ciac-garage-1967-11

ciac-garage-1967-08
Atelierruimte met de onderhoudsputten.
ciac-garage-2010-02
Huidige toestand van de stockageruimte. Plek te kort.

De volgende en laatste grote ingreep wat het gebouw naar de huidige toestand brengt, gebeurde in 1995. De veranderen hebben vooral toepassing op het interieur van het gebouw. De bureaus werden verplaatst naar het gelijkvloers en de showroom bevat nu een grotere autocapaciteit.

Voor het verder uitbaten van een moderne garage bleek het gebouw steeds onpraktischer te worden. Aangezien het bedrijf een meer geschikte locatie bezit langs de Brusselsesteenweg in Gentbrugge, zal men daar nieuwe infrastructuur bouwen en op termijn naar daar verhuizen. Het CIAC gebouw zal dusdanig een nieuwe functie toegewezen moeten krijgen. Het blijkt zelfs dat de plannen voor de reconversie zelfs al ver gevorderd zijn, maar in welke mate het gebouw daar in zijn huidige toestand een rol gaat inspelen is tot dusver onbekend.

ciac-garage-1967-06
De onderhoudsputten gezien van onderaan.
ciac-garage-1967-10
Hygiëne was van groot belang voor de arbeiders en bedienden.

Voor de erfgoedwaarde van vandaag is het noodzakelijk om een onderscheid te maken tussen het interieur en het exterieur van de garage. Dit voornamelijk omdat het een functioneel gebouw is dat men sinds de bouw ervan steeds is blijven gebruiken. Het interieur werd verschillende keren aangepast aan de moderne eisen, om zo de functionaliteit van het gebouw te ondersteunen. De gevel werd echter nauwelijks veranderd, omdat dit minder invloed heeft op de functionaliteit. De erfgoedwaarde van interieur en exterieur zal dus grondig verschillen. De façade van het gebouw, gekenmerkt door de witte, geglazuurde tegels, is zo goed als onveranderd. Doorheen de jaren is het onderhoud ervan echter verwaarloosd, ook de ramen zijn dringend aan vervanging toe. Dit alles zorgt ervoor dat het gebouw een minder goede indruk nalaat.

ciac-garage-1967-12
Gevel aan Einde Were met links de kantoren met daaronder het pompstation en rechts het begin van het sociale woonblok.

De gevel blijft echter de grootste troef van het gebouw. Door de grote afmetingen ervan en het feit dat de gevel aan 3 verschillende wegen grenst, blijft het gebouw een boegbeeld in zijn omgeving. Het interieur van de garage is doorheen de jaren al grondig veranderd. De toonzaal werd vergroot, de kantoorruimtes en de carrosserie werden verplaatst… Dit alles was noodzakelijk om de garage functioneel en hedendaags te houden. Het commerciële gedeelte van de garage werd namelijk steeds belangrijker, terwijl het onderhoud van de auto’s steeds minder ruimte nodig had. Verschillende delen van het gebouw hebben hierdoor hun authenticiteit verloren.

ciac-garage-2010-03
Huidige toestand van de onderhoudsputten.

Momenteel is volgens enkele bronnen een internationaal gerenommeerde architect bezig met het ontwerp van de reconversie van de CIAC-garage, wie weet mét woontoren zoals in de originele plannen al sprake van was. We kunnen dus enkel maar hopen dat het ontwerp gebeurd met aandacht voor de historische waarde. De gevel zou volledig gerenoveerd kunnen worden. De kenmerkende structuur zou ook volledig bewaard kunnen worden. Om het gebouw aan de huidige eisen te laten voldoen moeten er sowieso verschillende zaken aangepakt worden.

Het bestempelen van het gebouw als erfgoed zou het gebouw zeker niet ten goede komen omdat de functionaliteit moet kunnen evolueren naarmate technieken en programma evolueren. Maar het gebouw heeft een zekere waarde vanwege zijn vooruitstrevendheid van toen en zijn moderne indeling. Het gebouw is dus zeker waardevol genoeg om het te behouden, een strenge bestempeling van erfgoed zou het echter onbruikbaar maken.


Bekijk grotere kaart

Bronnen: Stadsarchief Gent,  Interview eigenaar CIAC-garage (2010) / Originele tekst: Fréderic Louis, Stef De Graeve, Niels Haelewyn, Laurens D’hooge & Pieter De Brabander (ingekort en aangepast door Fréderic Louis) / Kleurenfoto’s door Fréderic Louis en Stef De Graeve, oude foto’s uit ‘La Technique des Travaux, november-december 1964, Ir.-Ar. L. Novgorodsky (review in technisch tijdschrift) 

6 replies on “ Het modernisme in Gent: de CIAC-garage ”
  1. Kleur. Het prachtige artikel vergeet één belangrijk element. De originele kleur van de sandwichpanelen langs Einde Were. Nu witgeschilderd, maar de verf bladdert al wat af en dus is de oude kleur weer in wat hoekjes zichtbaar. Olijfgroen of okergeel? Ik zou het zelf nog even ter plekke moeten bekijken.

  2. Goed nieuws dat men het gebouw wil behouden en renoveren. Ik had enkele jaren terug al eens gelezen dat het gebouw afgebroken ging worden en vervangen worden door appartementen. Het pompstation is ondertussen al gesloten… Enig idee wat er daar in de plaats zal komen?

    1. Er komen wel degelijk appartementsgebouwen in de plaats. Dus delen van de garage zullen sowieso verdwijnen. Het blijft gewoon de vraag in welke mate er nog iets zal overblijven.

  3. Besix RED (real-estate development) is al eigenaar van de gronden. Deze promotor-constructeur heeft een wedstijd georganiseerd. Vermoedelijk zou Bontinck architecten laureaat zijn (tevens architect van de Deskalidesblokken). Het profiel en de hoogte van de woningen zal dit van de Deskalidesblokken benaderen achter de ‘beschermde’ gebouwschil. Van de hierboven getoonde structuur zal hoogstwaarschijnlijk niets meer overblijven.

  4. Vreemd dat die promotoren nooit last hebben van klasseringen. Ik kijk al uit naar mijn 1000 nieuwe buren.
    Ruimtelijke ordening ? De verantwoordelijke stadsdienst mogen ze sluiten. Amper 2 jaar na voltooiing van daskalides, beginnen ze aan de andere helft van die blok. Nog tien verloren huizen blijven daar over. Is dat een visie?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.